Vakantie-uren in de Cao GGZ
De Cao GGZ vult de wettelijke regeling aan — hieronder wat je krijgt, en hoe het zich verhoudt tot de wet.
Wat de Cao GGZ regelt
Bij een voltijdbaan (gemiddeld 36 uur per week) heb je per kalenderjaar recht op 144 wettelijke en 22 bovenwettelijke vakantie-uren, samen 166 uur (deeltijd naar rato). Werk je onregelmatig, dan wordt het uurloon over opgenomen vakantie-uren verhoogd met je gemiddelde ORT-percentage van de laatste 6 maanden. Je kunt bovenwettelijke uren verkopen, hebt aanspraak op minimaal 3 weken aaneengesloten vakantie en de werkgever mag maximaal 2 collectieve vakantiedagen aanwijzen.
Voorwaarden
- Bij arbeidsongeschiktheid bouw je de wettelijke uren volledig op; bovenwettelijke uren alleen over de laatste 6 maanden van de arbeidsongeschiktheid.
Bron: Cao GGZ 2025-2026 — Hoofdstuk 2 (Vakantie en Verlof) — Hoofdstuk 2, artikelen 10-13 (p. 22) · cao-versie 2025-2026 · regel gecontroleerd op 2026-08-19
Zo verhoudt het zich tot de wet
Wettelijk heb je per jaar recht op minimaal 4× je wekelijkse arbeidsduur aan doorbetaalde vakantie; cao’s geven vaak bovenwettelijke uren extra.
- Duur: 4 × je wekelijkse arbeidsduur.
- Betaling: 100% via je werkgever
- Aanvragen: Vraag vakantie aan volgens de gang van zaken bij je werkgever; die kan alleen bij gewichtige redenen (schriftelijk, binnen 2 weken) anders vaststellen.
- Opnemen: Wettelijke vakantie-uren vervallen in beginsel een half jaar na het opbouwjaar; bovenwettelijke uren verjaren na 5 jaar.
Wat betekent dit voor jouw inkomen? Reken het door in de CAO-verlofchecker — die toont wet en cao naast elkaar voor jouw contracturen en salaris. Terug naar het overzicht van de Cao GGZ.
Officiële bronnen
Deze pagina is gebaseerd op de volgende primaire bronnen. Controleer daar altijd de actuele regels en bedragen voordat je iets aanvraagt of afspreekt.
- Cao GGZ 2025-2026 — Hoofdstuk 2 (Vakantie en Verlof) (Hoofdstuk 2, artikelen 10-13)
- Collectieve arbeidsovereenkomst GGZ 2025-2026 — officiële cao-tekst
- Rijksoverheid — Vakantiedagen
- Burgerlijk Wetboek Boek 7, wetten.overheid.nl