Ouderschapsverlof: 26 weken, waarvan 9 betaald
Elke ouder heeft per kind recht op 26 weken ouderschapsverlof. Negen daarvan zijn betaald tegen 70%, mits je ze opneemt in het eerste levensjaar.
In het kort
- 26 werkweken per ouder, per kind — beide ouders hebben een eigen budget, tot het kind 8 jaar wordt.
- 9 weken betaald (70% via UWV), alleen bij opname in het eerste levensjaar → zie betaald ouderschapsverlof.
- 17 weken onbetaald, flexibel op te nemen tot de 8e verjaardag → zie onbetaald ouderschapsverlof.
- Aanvragen doe je schriftelijk bij je werkgever, minimaal 2 maanden vooraf.
Waar heb je recht op?
- 26 weken per ouder, per kind. Zesentwintig maal het aantal uren dat je per week werkt. Bij 36 uur per week is dat 936 uur verlof.
- Beide ouders apart. Het recht geldt per ouder. Jullie hoeven niet te delen; ieder heeft een eigen budget van 26 weken.
- Tot het kind 8 jaar is. Je hoeft het niet in één keer op te nemen.
De 9 betaalde weken — let op de termijn
Van de 26 weken zijn er 9 betaald: het UWV keert 70% van je dagloon uit, met het maximumdagloon als plafond. Hieraan zit één harde voorwaarde: de betaalde weken moet je opnemen in het eerste levensjaar van het kind. Neem je ze later op, dan zijn ze onbetaald. De weken vervallen niet — ze tellen mee in je 26 — maar de uitkering ben je kwijt. Dit is de fout die het meeste geld kost.
Alles over de uitkering, de aanvraag via je werkgever en een rekenvoorbeeld staat in de gids betaald ouderschapsverlof.
De overige 17 weken zijn onbetaald, tenzij je cao iets anders regelt. Wat onbetaald verlof betekent voor je vakantieopbouw, pensioen en toeslagen lees je in de gids onbetaald ouderschapsverlof.
Wie heeft er recht op?
Je hebt recht op ouderschapsverlof als je in loondienst bent en een juridische band met het kind hebt: als ouder, als erkenner, als adoptie- of pleegouder, of als je het kind verzorgt en opvoedt en het op jouw adres staat ingeschreven. Ook stiefouders komen daarmee vaak in aanmerking.
Er geldt geen wachttijd. Je kunt het verlof vanaf je eerste werkdag aanvragen. Wissel je van werkgever halverwege je verlof, dan neem je je resterende uren mee — je nieuwe werkgever moet het restant honoreren. Vraag je oude werkgever om een schriftelijke opgave van wat je al hebt opgenomen, want die administratie draag je zelf over.
Hoe kun je het opnemen?
Flexibel. Een dag per week minder werken gedurende een lange periode, een blok van enkele weken achter elkaar, of een combinatie. In overleg met je werkgever, die je verzoek niet mag weigeren: alleen de verdeling mag hij aanpassen bij een zwaarwegend bedrijfsbelang, tot uiterlijk 4 weken voor de ingangsdatum. Dien je verzoek schriftelijk in, minimaal 2 maanden vooraf — zie verlof aanvragen voor alle termijnen.
Met de rekentool kun je verschillende verdelingen naast elkaar leggen en zien wat elk scenario met je inkomen doet.
Rekenen in uren, niet in dagen
Ouderschapsverlof wordt uitgedrukt in uren: 26 maal je wekelijkse arbeidsduur. Dat maakt het flexibeler dan een verlofregeling in dagen, maar het maakt de administratie ook scherper. Ga je tijdens je verlofperiode structureel meer of minder uren werken, laat je resterende verlofsaldo dan opnieuw vaststellen en leg het schriftelijk vast — dit is een van de plekken waar in de praktijk misverstanden ontstaan.
Bij een tweeling of meerling
Het recht geldt per kind. Bij een tweeling heeft elke ouder dus tweemaal 26 weken, en tweemaal 9 betaalde weken. In de praktijk is dat lastig volledig te benutten: beide kinderen hebben dezelfde geboortedatum, dus alle betaalde weken moeten in hetzelfde eerste levensjaar vallen.
Kijk altijd in je cao
De wet geeft een ondergrens. Veel cao's zijn ruimer — meer betaalde weken, of een hoger percentage dan 70%. In de cao Nederlandse Universiteiten gaat het bijvoorbeeld om 13 betaalde weken in plaats van 9. Je kunt in de rekentool zelf het aantal weken en het percentage aanpassen aan jouw cao.
Combineren met de andere verlofsoorten
Ouderschapsverlof staat helemaal los van zwangerschaps- en bevallingsverlof, geboorteverlof en aanvullend geboorteverlof. Je kunt ze dus stapelen, en dat is voor veel gezinnen de kern van de planning: eerst het bevallingsverlof, dan het aanvullend geboorteverlof van de partner, en daarna de betaalde ouderschapsverlofweken van allebei — zodat de periode waarin er iemand thuis is zo lang mogelijk wordt zonder dat het inkomen te ver inzakt.
Omdat de betaalde weken van beide ouders in het eerste levensjaar moeten vallen, is dat eerste jaar krap. Het loont om de volgorde vooraf uit te tekenen in plaats van gaandeweg te beslissen.
Officiële bronnen
Deze pagina is gebaseerd op de volgende primaire bronnen. Controleer daar altijd de actuele regels en bedragen voordat je iets aanvraagt of afspreekt.
- Rijksoverheid — Ouderschapsverlof
- UWV — Maximumdagloon (actuele bedragen)
- Wet arbeid en zorg (WAZO), wetten.overheid.nl