Verlof in de CAO Uitzendkrachten (ABU): wat regelt je cao?

Voor uitzendkrachten met een uitzendovereenkomst bij een uitzendonderneming die onder de ABU-cao valt (niet zijnde payroll en geen NBBU- of VvDN-lid). Let op: veel verlofgerelateerde arbeidsvoorwaarden — zoals de duur van je vakantie en bijzonder verlof — volgen via de gelijkwaardige beloning wat bij de opdrachtgever (de inlener) geldt.

Cao-versie 2026-2028 (versie mei 2026) (huidige versie) — geldig van 1 januari 2026 tot en met 31 december 2028; laatst gecontroleerd op 20 augustus 2026. Gesloten door ABU en LBV; looptijd 1 januari 2026 t/m 31 december 2028 (artikel 3). Zonder opzegging wordt de cao telkens met één jaar verlengd. Het beloningshoofdstuk (met de gelijkwaardige beloning) verving per 1 januari 2026 de oude inlenersbeloning en reserveringssystematiek; per 1 januari 2028 wijzigt daarnaast de rechtspositie (artikel 14 kent een versie tot en vanaf die datum). Cao's worden na afloop vaak stilzwijgend verlengd of opgevolgd door een nieuwe versie; controleer bij een aanvraag altijd de actuele officiële tekst of de officiële cao-pdf.

Verlof in de CAO Uitzendkrachten (ABU): wet en cao per verlofsoort

VerlofsoortWat regelt de cao?Vindplaats
Zwangerschaps- en bevallingsverlofDe cao verwijst naar de wettelijke regeling

De cao vult de WAZO-uitkering niet aan: tijdens zwangerschaps- en bevallingsverlof ontvang je de wettelijke uitkering van het UWV (100% van het gemaximeerde dagloon). De enige cao-bepaling over de Wet arbeid en zorg is artikel 33a: de uitzendonderneming mag de afwijkingsmogelijkheden uit die wet op vergelijkbare wijze toepassen zoals de opdrachtgever die kent voor eigen personeel in een gelijk(waardig)e functie.

Artikel 33a
GeboorteverlofDe cao verwijst naar de wettelijke regeling

De cao kent geen eigen geboorteverlofregeling meer; de wettelijke week geboorteverlof met 100% loondoorbetaling door je werkgever geldt. De aparte reservering voor geboorteverlof uit de vorige cao is per 1 januari 2026 vervallen en afgerekend (artikel 20a lid 3). Via artikel 33a kan de uitzendonderneming afwijkingsmogelijkheden uit de Wet arbeid en zorg toepassen zoals die bij de opdrachtgever gelden.

Artikel 33a en artikel 20a lid 3
Aanvullend geboorteverlofDe cao verwijst naar de wettelijke regeling

Geen cao-aanvulling: tijdens aanvullend geboorteverlof ontvang je de wettelijke UWV-uitkering van 70% van het gemaximeerde dagloon. Artikel 33a staat de uitzendonderneming alleen toe om binnen de grenzen van de Wet arbeid en zorg de afwijkingsmogelijkheden te volgen die de opdrachtgever kent.

Artikel 33a
Betaald ouderschapsverlofDe cao verwijst naar de wettelijke regeling

Geen cao-aanvulling: tijdens de 9 weken betaald ouderschapsverlof ontvang je de wettelijke UWV-uitkering van 70% van het gemaximeerde dagloon. De cao regelt over de Wet arbeid en zorg alleen (artikel 33a) dat de uitzendonderneming de afwijkingsmogelijkheden uit die wet mag toepassen zoals de opdrachtgever die kent.

Artikel 33a
Onbetaald ouderschapsverlofDe cao verwijst naar de wettelijke regeling

De cao bevat geen eigen bepaling over het onbetaalde deel van het ouderschapsverlof; de wettelijke regeling (onbetaald, maximaal 26 weken minus opgenomen betaalde weken, tot de achtste verjaardag) geldt onverkort. Artikel 33a laat alleen ruimte om wettelijke afwijkingsmogelijkheden te volgen zoals bij de opdrachtgever.

Artikel 33a
Adoptie- en pleegzorgverlofDe cao verwijst naar de wettelijke regeling

Geen cao-aanvulling: bij adoptie- of pleegzorgverlof geldt de wettelijke regeling met een UWV-uitkering van 100% van het gemaximeerde dagloon gedurende maximaal 6 weken. De cao verwijst voor de Wet arbeid en zorg alleen naar de afwijkingsmogelijkheden zoals de opdrachtgever die kent (artikel 33a).

Artikel 33a
Kortdurend zorgverlofDe cao verwijst naar de wettelijke regeling

De cao kent geen eigen regeling voor kortdurend zorgverlof; de wettelijke regeling (maximaal 2 werkweken per 12 maanden, 70% loondoorbetaling) geldt. Let op: via artikel 33a mag de uitzendonderneming afwijkingsmogelijkheden uit de Wet arbeid en zorg op vergelijkbare wijze toepassen zoals de cao van de opdrachtgever die kent — bij zorgverlof kan dat de invulling beïnvloeden.

Artikel 33a
Langdurend zorgverlofDe cao verwijst naar de wettelijke regeling

Geen eigen cao-regeling: langdurend zorgverlof volgt de wet (onbetaald, maximaal 6 keer je wekelijkse arbeidsduur per 12 maanden). Artikel 33a laat de uitzendonderneming alleen wettelijke afwijkingsmogelijkheden volgen zoals die bij de opdrachtgever gelden.

Artikel 33a
Calamiteiten- en kort verzuimverlofDe cao verwijst naar de wettelijke regeling

De aparte reservering voor "kort verzuim" uit de vorige cao is per 1 januari 2026 vervallen (artikel 20a lid 3). Sindsdien geldt bij calamiteiten en kort verzuim de wettelijke regeling uit de Wet arbeid en zorg: korte, naar redelijkheid berekende tijd met loondoorbetaling. Via artikel 33a kan de uitzendonderneming afwijkingsmogelijkheden toepassen zoals de opdrachtgever die kent.

Artikel 33a en artikel 20a lid 3
Rouw- en overlijdensverlofGeen aanvullende cao-bepaling aangetroffen; de wet geldt

De volledige cao-tekst (versie mei 2026) is doorzocht op rouw- en overlijdensbepalingen; de cao kent geen eigen rouwverlofregeling. Rond een overlijden geldt het wettelijke calamiteitenverlof. Kent de opdrachtgever wel rouw- of buitengewoon verlof, dan telt dat mee in het gelijkwaardige totaalpakket van arbeidsvoorwaarden (artikel 21 lid 3-4).

Hoofdstuk 4 Beloning (integraal doorzocht)
Huwelijk of geregistreerd partnerschapGeen aanvullende cao-bepaling aangetroffen; de wet geldt

De cao-tekst bevat geen bepaling over verlof bij huwelijk of geregistreerd partnerschap; de vaste bijzonder-verlofdagen uit de oude reserveringssystematiek zijn per 1 januari 2026 vervallen (artikel 20a lid 3). Bijzonder verlof zoals dat bij de opdrachtgever geldt, telt wel mee in de gelijkwaardige beloning (artikel 21).

Artikel 20a lid 3 en hoofdstuk 4 (integraal doorzocht)
VerhuizingGeen aanvullende cao-bepaling aangetroffen; de wet geldt

In de cao-tekst (integraal doorzocht) is geen verhuisverlofbepaling aangetroffen. Een eventuele verhuisverlofregeling bij de opdrachtgever telt mee in het gelijkwaardige totaalpakket van arbeidsvoorwaarden (artikel 21 lid 3-4).

Hoofdstuk 4 Beloning (integraal doorzocht)
Dokters-, tandarts- en ziekenhuisbezoekGeen aanvullende cao-bepaling aangetroffen; de wet geldt

De cao bevat geen bepaling over doorbetaald dokters- of tandartsbezoek; het oude "kort verzuim" (waaronder doktersbezoek viel) is met de reserveringssystematiek per 1 januari 2026 vervallen (artikel 20a lid 3). Wat bij de opdrachtgever voor eigen personeel geldt, telt mee in de gelijkwaardige beloning (artikel 21).

Artikel 20a lid 3 en hoofdstuk 4 (integraal doorzocht)
MantelzorgverlofNiet met voldoende zekerheid vastgesteld

Niet met voldoende zekerheid vastgesteld; controleer de actuele cao of vraag uw werkgever.

—
Onbetaald verlof / sabbaticalNiet met voldoende zekerheid vastgesteld

Niet met voldoende zekerheid vastgesteld; controleer de actuele cao of vraag uw werkgever.

—
Leeftijds-, generatie- of spaarverlofGeen aanvullende cao-bepaling aangetroffen; de wet geldt

De cao kent geen eigen leeftijds-, generatie- of spaarverlofregeling (volledige tekst doorzocht). Wel kunnen regelingen voor "duurzaam werken en leven" die bij de opdrachtgever gelden binnen de gelijkwaardige beloning gelijkwaardig worden ingevuld door de uitzendonderneming (artikel 34); voor uitzendkrachten in de Bouw & Infra regelt artikel 47 daarnaast deelname aan de zwaarwerkregeling van die sector.

Artikel 34 en hoofdstuk 4 (integraal doorzocht)
Vakantie-urenDe cao wijkt (binnen de wettelijke ruimte) af van de wet

De cao noemt geen vast aantal vakantiedagen: de duur van je vakantie is een essentiële arbeidsvoorwaarde die ten minste gelijkwaardig moet zijn aan die van de vaste medewerker van de opdrachtgever in een gelijk(waardig)e functie (artikel 21 lid 2). De cao wijkt wel af van de wettelijke vervaltermijnen (artikel 31): wettelijke vakantiedagen opgebouwd in fase A en B vervallen één jaar na afloop van het opbouwjaar (ruimer dan de wettelijke zes maanden), wettelijke dagen uit fase C en alle bovenwettelijke dagen vervallen na vijf jaar.

Artikel 31 (vervaltermijnen) en artikel 21 lid 2 (duur van vakantie)
Bijzonder of buitengewoon verlofDe cao wijkt (binnen de wettelijke ruimte) af van de wet

Sinds 1 januari 2026 kent de cao geen eigen lijst met bijzonder-verlofdagen en geen reserveringen meer (artikel 20a lid 3). In plaats daarvan geldt de gelijkwaardige beloning: het totaal van je (niet-)essentiële arbeidsvoorwaarden — waaronder bijzonder verlof zoals dat bij de opdrachtgever geldt — moet ten minste gelijkwaardig zijn aan dat van de vaste medewerker in een gelijk(waardig)e functie (artikel 21). De cao regelt daarnaast zelf de toekenning van feestdagen aan uitzendkrachten zonder vast rooster (artikel 30) en de waardebepaling van een verlofdag (artikel 33).

Artikel 21, artikel 30 en artikel 20a lid 3

De CAO voor Uitzendkrachten 2026-2028 (gesloten door werkgeversorganisatie ABU en vakbond LBV) heeft de beloningssystematiek van de uitzendbranche ingrijpend veranderd. Tot en met 2025 kende de cao de "inlenersbeloning" plus een stelsel van reserveringen voor bovenwettelijke vakantiedagen, feestdagen, kort verzuim, bijzonder verlof en geboorteverlof. Per 1 januari 2026 is dat vervangen door "gelijkwaardige beloning": het totaal van jouw arbeidsvoorwaarden moet ten minste gelijkwaardig zijn aan dat van de vaste medewerker van de opdrachtgever met een gelijk(waardig)e functie. Oude reserveringen zijn per die datum afgerekend.

Voor verlof betekent dit dat de cao zelf nauwelijks eigen verlofrechten toekent. De duur van je vakantie is een "essentiële arbeidsvoorwaarde" die de opdrachtgever volgt, en regelingen zoals bijzonder verlof bij de opdrachtgever tellen mee in het gelijkwaardige totaalpakket. Voor de verlofvormen uit de Wet arbeid en zorg (zwangerschaps-, geboorte-, ouderschaps- en zorgverlof) vult de cao de wettelijke uitkeringen niet aan; artikel 33a bepaalt alleen dat de uitzendonderneming de afwijkingsmogelijkheden uit die wet op vergelijkbare wijze mag toepassen zoals de opdrachtgever die kent.

De cao regelt wél zelf de vervaltermijnen van vakantiedagen (afwijkend van het Burgerlijk Wetboek), de toekenning van feestdagen aan uitzendkrachten zonder vast rooster, en de waardebepaling van een verlofdag. Werk je via een uitzendbureau, kijk dan dus altijd óók naar de cao of arbeidsvoorwaardenregeling van het bedrijf waar je feitelijk werkt.

Zelf narekenen? De CAO-verlofchecker zet wet en CAO Uitzendkrachten (ABU) voor jouw contracturen en salaris naast elkaar, inclusief aanvraagtermijnen en een kant-en-klare aanvraagtekst.

Rekenvoorbeelden

Vervaltermijn vakantiedagen: je werkt in fase A en bouwt in 2026 wettelijke vakantiedagen op. Die vervallen één jaar na afloop van het kalenderjaar van opbouw, dus per 31 december 2027 — ruimer dan de wettelijke vervaltermijn van zes maanden (1 juli 2027), maar korter dan de vijf jaar die voor je bovenwettelijke dagen en voor wettelijke dagen uit fase C geldt.

Feestdag zonder vast rooster: valt een bij de opdrachtgever geldende feestdag op een maandag en heb je in de dertien weken ervoor minimaal zeven keer op maandag gewerkt, dan geldt die dag voor jou als feestdag en mag de (waarde van de) feestdag je niet worden ontzegd — ook niet als je rond die dag verlof opneemt of net wordt uitgeroosterd.

Alle bedragen zijn bruto en indicatief; zie de berekenmethode.

Veelgestelde vragen over verlof in de CAO Uitzendkrachten (ABU)

Bestaan de reserveringen voor kort verzuim en bijzonder verlof nog?
Nee. De reserveringssystematiek uit de vorige cao is per 1 januari 2026 vervallen (artikel 20a lid 3). Openstaande reserveringen voor bovenwettelijke vakantiedagen, feestdagen, kort verzuim, bijzonder verlof en geboorteverlof zijn afgerekend, tenzij je met je uitzendonderneming iets anders afsprak. In plaats daarvan geldt de gelijkwaardige beloning: jouw totaalpakket moet ten minste gelijkwaardig zijn aan dat van de vaste medewerker bij de opdrachtgever.
Vult de ABU-cao de uitkeringen bij zwangerschaps-, geboorte- of ouderschapsverlof aan?
Nee. De cao kent geen eigen aanvulling op de WAZO-uitkeringen; je ontvangt de wettelijke uitkering (via het UWV, gebonden aan het maximumdagloon) of de wettelijke doorbetaling door je werkgever. Artikel 33a bepaalt alleen dat de uitzendonderneming binnen de grenzen van de Wet arbeid en zorg op vergelijkbare wijze gebruik mag maken van de afwijkingsmogelijkheden uit die wet zoals de opdrachtgever die kent voor eigen personeel in een gelijk(waardig)e functie.
Hoeveel vakantiedagen krijg ik als uitzendkracht?
De cao noemt sinds 1 januari 2026 geen vast aantal vakantiedagen meer. De duur van je vakantie is een essentiële arbeidsvoorwaarde die ten minste gelijkwaardig moet zijn aan wat de vaste medewerker van de opdrachtgever in een gelijk(waardig)e functie krijgt (artikel 21 lid 2). Wettelijk heb je altijd recht op minimaal vier keer je wekelijkse arbeidsduur per jaar.

Verder lezen

Achtergrond per verlofvorm vind je in de gidsen over zwangerschaps- en bevallingsverlof, geboorteverlof, betaald ouderschapsverlof en zorgverlof. Twijfel je of deze cao op jou van toepassing is? Lees welke cao geldt voor mij? of bekijk het overzicht van alle cao's.

Officiële bronnen

Deze pagina is gebaseerd op de volgende primaire bronnen. Controleer daar altijd de actuele regels en bedragen voordat je iets aanvraagt of afspreekt.

Gecontroleerd — 20 augustus 2026Laatst inhoudelijk gecontroleerd op 20 augustus 2026.